Parkeren in Oostende: echte vernieuwing is voor na 2018


De verwachtingen waren hoog gespannen. Maar de hervorming van het parkeerbeleid is uitgedraaid op een sisser van formaat.

Er zijn zeker positieve punten: het parkeertarief per minuut, de goedkopere nachttarieven in de ondergrondse parkings, en de opstart van een eigen Oostends parkeerbedrijf zij het dat deze bevoegdheden voorlopig zeer beperkt blijven.

Meer verregaand gaat het niet. Het blijft vooral business as usual. Heeft men hiervoor jarenlang moeten onderhandelen? Echte vernieuwing kan alleen van een andere coalitie komen. De drie traditionele partijen zijn niet in staat om een trendbreuk te realiseren.

Want wat zijn de uitdagingen? Een visie ontwikkelen op snel bereikbare randparkings. Rondrijdend verkeer in de binnenstad zoveel mogelijk ontmoedigen en de publieke ruimte bovengronds anders inrichten dan met parkeerplaatsen. Autodelen ontwikkelen. De privé-parkeerbeheerders de arm omwringen om eerlijkere tarieven te hanteren. Milieuvriendelijke auto’s belonen met goedkopere parkeertarieven. Meer parkeerplaatsen met laadpunten voor elektrische wagens. En een einde maken aan de bovengrondse parking op het Mijnplein.

Dààr wil Groen werk van maken.

Vaststelling: privé-parkeerbeheerder is onaantastbaar

Opmerkelijk: de goedkopere tarieven die worden ingevoerd, in de parkings Visserskaai, Mijnplein en de Centrumparking, en het parkeertarief per minuut, komen er alleen maar omdat de Stad bijlegt. Het gaat om een pilootfase tot 30 juni 2019 “mits compensatie voor de opgelopen, reële verliezen”. De privé-beheerder doet nul komma nul inspanning, alle kosten zijn ten laste van de Stad.

De lagere inkomsten voor de privé-beheerder mag hij immers volledig doorrekenen naar de Stad. Er gebeurt een verrekening in de verdeling van de winst met de Stad voor parkings Mijnplein en Visserskaai, en door een vermindering van de concessievergoeding die aan de Stad moet worden betaald voor de parkeerplaatsen op de openbare weg.

Oostende draait dus op voor alle verliezen. Nochtans maakt Indigo in Oostende per jaar honderdduizenden euro’s pure winst. Deze winst van de privé-beheerder blijft gegarandeerd. Moet men hiervoor jaren onderhandelen? Dit is niet goed aangepakt. Oostende is de slaaf van de privé-beheerder. We hadden veel harder op tafel moeten kloppen. We hebben ons laten rollen. De privé-beheerder mag al blij zijn dat hij het volledige beheer doet van alle parkeerplaatsen op de openbare weg (6.668 plaatsen). Die concessie loopt binnen vijf jaar af. Als Groen in het bestuur zit, zullen we ons harder opstellen. Dan kijken we uit naar andere partners die minder arrogant zijn, of beheren we de parkeerplaatsen voortaan zelf.

Bovengronds parkeren ontmoedigen en afleiden naar ondergrondse parkings

Men heeft die ambitie en dat klinkt goed, maar het parkeerplan zelf voegt de daden niet bij het woord.

Als je kijkt naar de tarieven, zie je dat er amper een verschil is tussen bovengronds en ondergronds parkeren (Visserskaai en Mijnplein). Bovengronds is de kostprijs 1,40 euro voor het eerste uur, ondergronds 1,30 euro. Dat is een verwaarloosbaar verschil, veel te klein om mensen daadwerkelijk richting de ondergrondse parkings te sturen.

Op het Wapenplein parkeren zal zelfs màkkelijker worden ipv moeilijker. Vroeger was het een paarse zone, met maximum een half uur parkeren tegen een hoog tarief. Nu wordt het een oranje zone, met 2 uur parkeertijd en de gewone tarieven. De wereld op zijn kop, om per se auto’s te willen laten parkeren tot op het Wapenplein toe. Pleinen in het stadscentrum moeten verkeersvrij worden, dat is veel aangenamer en veiliger voor voetgangers en fietsers.

Aanpassing parkeerduur tot 20u

De privé-parkeerbeheerder heeft zijn slag thuisgehaald. De Oostendenaar is de dupe: een uur langer moeten betalen. Dat kadert in geen enkele visie, dient geen enkel nut, maar is puur pestgedrag tegenover de Oostendenaar. Bijzonder pijnlijk, zo’n maatregel.

Zorgverstrekkers

In de “beleidsnota parkeerbeleid Oostende” is nog sprake van een kaart voor zorgverstrekkers van 300 euro. Dat is ondertussen gecorrigeerd naar 200 euro/jaar, met een maximum van één uur parkeren.

Maar het voorstel van Groen om dit gratis te maken werd dus niet gevolgd. In vergelijking met andere steden waar met een systeem van parkeerkaarten gewerkt wordt, is 200 euro veel geld. In Gent (met Groen in het bestuur) gaat het om 100 euro per jaar, met een parkeerduur van maximum twee uur. In de meeste steden wordt dat tarief van 100 euro gebruikt. In Beveren 25 euro voor 2 jaar. In Geel is de kaart gratis.

Ik heb al die voorbeelden ook aan schepen Vandecasteele bezorgd. Er is één overleg doorgegaan, waarbij alle voorstellen werden verzameld. Daarna niets meer. Dat is geen overleg die naam waardig. Bedoeling was om tot een consensus te komen over de partijgrenzen heen. Dat is nooit geprobeerd. Oude politieke cultuur: meerderheid vs. oppositie.

Faciliteiten voor fietsers en autodelen

Zoals gewoonlijk in Oostende, komen de bezorgdheden van de fietsers helemaal achteraan en blijven ze vaag. Er zal “onderzocht” worden in hoeverre een 20-tal fietsen in de ondergrondse parkings kunnen worden gestald. Waarom wordt dit slechts “onderzocht” en zijn de andere elementen van het parkeerplan wél al uitgewerkt?

Twintig fietsen in een ondergrondse garages is een belachelijk klein aantal, en bovendien wordt in de nota nu al gezegd dat “de oplossing geen verlies aan parkeerplaatsen met zich mag meebrengen”. Men heeft het nog altijd niet begrepen. De switch naar meer voorzieningen voor fietsers kan blijkbaar alleen maar als Koning Auto er niet door gehinderd wordt.

Autodelen in Oostende komt amper van de grond. Enkel Cambio heeft een redelijk succes. Maar particuliere projecten autodelen (dus niet met een auto van Cambio maar met een auto van een particulier) hebben het erg moeilijk. Het stadsbestuur moet een stevige tand bijsteken in de sensibilisering en de promotie. Want zo zal het niet lukken en hinkt Oostende achter op deze nieuwe ontwikkeling.

Strandparking achter station

Er is een onduidelijkheid. In de beleidsnota parkeerbeleid staat dat de Strandparking achter het station behouden wordt tot de nieuwe NMBS-parking is gebouwd. Maar in het nieuwe mobiliteitsplan staat dat de Strandparking een belangrijke functie heeft en lijkt men te impliceren dat die zeker blijft bestaan. Wat is het nu?

Andere vraag: wie wordt de exploitant van de NMBS-parking? Mikt men puur op een privé-partner? En welke partners zijn daarin betrokken partij? In welke mate ook het stadsbestuur?